Manage account

Photo by Joanna Kosinska / Unsplash

Schrijverschap in crisistijd: kan ecoliteratuur de wereld redden?

Cultuur & maatschappij 10 dec. 2021

Schrijvers speelden altijd al een grote rol in de nasleep van rampen. Hun teksten boden troost en medeleven, en probeerden af en toe het onheil te verklaren. Maar hoe goed zijn ze in het behoeden ervan? In dit artikel bespreek ik de kansen en beperkingen van het ecokritische schrijversgilde.

“Maar wat heeft het dan eigenlijk voor zin?” vroeg een vriend me tijdens een vakantie in Spanje, na een zoveelste poging ons vegetarisme te volharden in een restaurant waar het enige vleesloze gerecht de dama blanca was. “Moeten we dan niet gewoon alles laten gaan en als laatste generatie op aarde zoveel mogelijk van ons leven genieten?” De verslagenheid van die vraag was even aandoenlijk als terecht. De moedeloosheid, vergezeld door onmacht. Later bedacht ik me dat precies dát het punt is waarop men de literatuur nodig heeft. Voor het bieden van troost. Of liever nog, voor het bieden van hoop.

Want dat is waarom we die bewuste vakantie op het heetst van de dag op zoek gingen naar een glasbak (tevergeefs – “wij scheiden geen afval hier”, was het antwoord van de Spaanse vulploegmedewerker): omdat we blijven proberen ons persoonlijke kiezelsteentje bij te dragen aan het tegengaan van de ecologische catastrofe die ons voortdurend in het vooruitzicht wordt gesteld. Niet omdat de wanhoop ons naar het hoofd is gestegen, maar omdat we erin blijven geloven dat het kan.

Een van de psychologische fundamenten die ten grondslag liggen aan die collectieve overtuiging, is het hebben van een doeltreffend alternatief om de voorspelde rampspoed mee af te wenden, zo schrijven Hoeken, Hornikx en Hustinx in Overtuigende Teksten. Maar uiteraard moet eerst de dreiging als reëel en ernstig genoeg worden beschouwd, alvorens men de voorgestelde oplossing gaat overwegen. En daar valt wat betreft klimaatverandering nog wat te halen, met het oog op een groot deel van de publieke opinie.

Kan de literatuur hier inderdaad een bijdrage leveren? Hebben schrijvers een belangrijke rol in het verhitte klimaatdebat of gooien zij slechts fossiele olie op het vuur der polarisatie? Dat woorden gedrag kunnen beïnvloeden, staat buiten kijf volgens Overtuigende Teksten. Bovendien hebben kritische denkers in de geschiedenis meermaals bewezen een rol te kunnen spelen in een historisch veranderingsproces, door hun ideeën vast te leggen in een boek. En dan doel ik niet alleen op invloedrijke politici (al dan niet met kenmerkende gezichtsbeharing) of revolutionaire wetenschappers en economen, want ook romanschrijvers en dichters hebben bewezen bij te kunnen dragen aan de ontwikkeling van maatschappelijk gedachtegoed. In het populairwetenschappelijke Wat is een boek? Een kleine geschiedenis van academisch bibliograaf en boekwetenschapper Paul Dijstelberge (2017) wordt die wisselwerking tussen het boek en de maatschappij onder meer toegelicht met het voorbeeld van Uncle Tom’s Cabin en de uitwerking die het had op de Amerikaanse bevolking en diens kijk op de slavernij. Ook zingen namen als Homerus, Shakespeare en Orwell niet voor niets nog steeds rond in de hedendaagse klaslokalen. Boeken brengen iets teweeg, schrijft Dijstelberge. Maar waar blijft de Multatuli van de klimaatproblematiek?

Emancipatie van de ecoliteratuur

De Indiase schrijver Amitav Ghosh heeft weinig hoop in een verlossing door het schrijverschap. In zijn bestseller The Great Derangement. Climate Change and the Unthinkable (2016) schrijft hij dat fictieschrijvers vanaf de opkomst van het dualistisch gedachtegoed, dat voortkomt uit Descartes’ Discours de la Méthode (ook een invloedrijk boek; volgens Dijstelberge zelfs het belangrijkste van de zeventiende eeuw), slechts oog hebben gehad voor menselijke drama’s, omdat wij volgens Descartes de enige wezens met een geest zijn. Daarnaast zouden bestaande verhaalvormen ontoereikend zijn om de overweldigende complexiteit van klimaatverandering te kunnen vatten. Ook pessimistische boeken kunnen sociaal de toon zetten.

Toch is er een groeiende groep schrijvers die Ghosh het tegendeel lijkt te willen bewijzen. Verschillende literaire (sub)stromingen die verband houden met onze positie ten opzichte van onze natuurlijke leefomgeving steken de afgelopen jaren de kop op. Dit nieuwe, kritische en creatieve geluid is inmiddels zo prominent aanwezig in de literaire wereld dat er een wetenschappelijk handboek is gepubliceerd om de verschillende stromingen en terminologie te kunnen duiden: The Cambridge Introduction to Literature and the Environment, geschreven door Timothy Clark (2011). Het boek hanteert de overkoepelende term ecocriticism (‘eco-kritiek’) voor de studie van de relatie tussen literatuur en de fysieke omgeving, beoordeeld vanuit het oogpunt van de huidige milieucrisis en de maatschappelijke uitdaging om hiermee om te gaan.

Clarks handboek zou de lezer wegwijs moeten maken in de wildernis van de ecoliteratuur, maar het legt deze eerder een interdisciplinair labyrint voor waarin uiteenlopende emancipatiebewegingen en ideologische modellen kriskras door elkaar bewegen. Toch schetst Clark een veelheid aan handvatten voor schrijvers met verschillende specialismen om mee te werken en verder te ontwikkelen. De soms ogenschijnlijk vergezochte historische invalshoeken (zoals het feminisme en kolonialisme) kunnen een fundamentele bron van inspiratie bieden voor een literair antwoord op de toekomst, die nog nooit zo onzeker was.

Hoop uit de historie

Des te zekerder is de geschiedenis. Wanneer we kijken naar het verleden, komt de maatschappelijke taak van het schrijversgilde in tijden van rampspoed duidelijker naar voren. In de recente publicatie Crisis en Catastrofe van Lotte Jensen (2021), wordt de cultuurgeschiedenis met hernieuwde relevantie geanalyseerd, met speciale aandacht voor de literatuur in een paar hoofdstukken. Het academische boek komt uit in een periode van mondiale misère, met de coronapandemie en het opwarmende klimaat als universele hoofdpijndossiers. Terwijl de moderne aardbewoner vecht voor perspectief, richt Jensen onze blik juist op het verleden; op de 19e eeuw om precies te zijn. Hoe ging men in Nederland destijds om met (natuur)rampen en welke rol speelde media en cultuur daarin?

Jensens enthousiasme over schrijverschap tijdens crises en de nasleep ervan is merkbaar in de uitgebreide geschiedschrijving die zich duidelijk niet laat vatten in enkele hoofdstukken van één boek. Een belangrijk inzicht komt uit de historiografische analyse van de literaire beeldvorming naar aanleiding van de Krakatau-uitbarsting in Nederlands-Indië in 1883. In ‘moederland’ Nederland worden de bekendste schrijvers van dat moment ingeschakeld om bij te dragen aan een liefdadigheidsalbum om geld op te halen voor de slachtoffers in de getroffen kolonie. De vulkaanuitbarsting leek in Nederland vooral aanleiding te geven tot schrijven over het belang van menslievendheid en het tonen van medelijden, terwijl de Indonesische auteurs – want ook hun perspectief komt aan bod in Crisis en Catastrofe, waarvoor lof – de nadruk leggen op het verklaren van de ramp, waarin voor het geloof een grote rol is weggelegd. Vele Indonesiërs dachten tijdens de ramp dat God klaar was met de mens en het einde van de wereld zich aandiende... Komt dat laatste niet bekend voor?

De antropocentrische standaard

Het verschil tussen de Nederlandse en Indonesische blik van toen legt een parallel bloot met het ecoliterair handboek van Clark. Volgens zijn verscheidenheid aan academische inbreng reproduceert het meeste proza onbewust een houding die inherent is aan het klimaatprobleem – namelijk de antropocentrische. Er zijn vooralsnog te weinig literaire werken die erin slagen de werkelijkheid op schrift te stellen vanuit het oogpunt van een niet-menselijk subject, terwijl dit mogelijk een effectief tegengeluid kan vormen tegen het hardnekkige cartesiaans dualisme. Hoewel het alternatief zeker niet religieus hoeft te zijn, toont het voorbeeld van de Indonesische literaire omgang met de ramp een andere positie dan die van de Nederlandse. Waar de Nederlanders hun teksten richten op het menselijk leed, benadrukken de Indonesiërs hun nederige plek in het ecosysteem.

Die volharding van het antropocentrisch Verlichtingsideaal in Europa kan mogelijk worden verklaard uit de romantische visie op het schrijverschap die Dijstelberge in zijn boek beschrijft. “In alle tijden en culturen werd – en wordt – aan schrijvers een bijzondere gave toegekend die de kunstenaar onderscheidt van de massa”, schrijft hij. De zoektocht naar ‘symbolisch kapitaal’, in de vorm van prestige en bekendheid, dwingt schrijvers bewuste keuzes te maken met betrekking tot hun werken. Het is een waagstuk voor hen om een radicaal ecocentrische vertelwijze toe te passen, omdat dit tegen de gebruikelijke vorm ingaat. De kans dat het niet aanslaat en imagoschade oplevert is groter en bovendien zijn hedendaagse schrijvers afhankelijk van de inschikkende beslissingen van hun uitgevers.

Vroeger was dat overigens niet heel anders. In het begin van Crisis en Catastrofe komt de Leidse buskruitramp van 1807 aan bod. Toenmalig landsbestuurder Lodewijk Napoleon bezocht naderhand de ramplocatie. De verslaglegging van zijn aanwezigheid resulteerde in proza en liederen die troost boden aan de rouwende inwoners van Nederland. De kans is groot dat deze lofzang voor Napoleon niet op onafhankelijke wijze tot stand is gekomen. Dijstelberge benoemt dat vorsten en andere bewindsvoerders regelmatig schrijvers inschakelden om hun symbolische nalatenschap veilig te stellen. Zijn schrijvers ooit echt autonoom geweest?

Soortspecifieke gebondenheid

De creatieve vrijheid van de eco-auteur is vandaag de dag mogelijk niet alleen beperkt door de marktbehoefte en eisen van de uitgever, maar ook door de belevingswereld van zijn eigen diersoort. Clark toont het falen van literaire pogingen om dieren te representeren op een manier die daadwerkelijk recht doet aan de eigen percepties en interesses van het dier. Dit blijkt een haast onmogelijke uitdaging, omdat de schrijver altijd geneigd zal zijn menselijke kenmerken te projecteren op zijn niet-menselijke verhaalpersonage; een fenomeen dat antropomorfisme wordt genoemd. Clark uit, eigenlijk op vergelijkbare wijze als Ghosh, zijn zorgen over de menselijke ontoereikendheid om zich te vereenzelvigen met zijn natuurlijke leefomgeving.

De ecorevolutie

Het is te hopen dat deze vrees louter koren op de molen van de ecoschrijvers is, met een extra vurige inzet als gevolg. Want als zij erin slagen de huidige antropocentrische norm aan het wankelen te brengen met verhalen, is de stap naar een nieuwe, betere verhouding met de natuur niet ver meer. Laten we een voorbeeld nemen aan de 19e- eeuwse Indonesiërs en onszelf schikken naar de inferieure rol die ons is toegewezen in het ecosysteem van de kosmos. Als Uncle Tom’s Cabin de afschaffing van de slavernij kon inluiden, kan iets als Mother Earth’s Environment wellicht het milieumisbruik een halt toe roepen. De pen is machtiger dan het zwaard.

Of ecocentrische literatuur daadwerkelijk troost biedt aan natuurliefhebbers of zorgt voor hernieuwde hoop bij pessimisten en klimaatontkenners, valt nog te bezien. Maar ik geloof dat een bijdrage vanuit het schrijverschap aan het klimaatdebat niet onderschat moet worden. Schrijvers kunnen een cruciale rol spelen in een ideologische revolutie en juist rommelige handboeken als die van Clark helpen om de literaire discussie op gang te houden en mogelijk te bespoedigen. Er is weinig tijd, maar als er een ambacht is dat onder druk kan presteren, is dat het schrijversvak wel. Noem het hoopvol, noem het naïef, maar ik verwacht over enkele jaren een compleet ander Spanje te bezoeken.

Geraadpleegde bronnen

Clark, T. (2011). The Cambridge Introduction to Literature and the Environment. Cambridge University Press.

Dijstelberge, P. (2017). Wat is een boek? (1ste ed.). Amsterdam University Press.

Ghosh, A. (2017). The Great Derangement: Climate Change and the Unthinkable. University of Chicago Press.

Hoeken, H., Hornikx, J., & Hustinx, L. (2012). Overtuigende teksten (2de ed.). Coutinho.

Jensen, L. (2021). Crisis en catastrofe (1ste ed.). Amsterdam University Press.

Tags